175 jaar College
Pasen 1834 krijgt het Sint-Vincentiuscollege van de stad Ieper het bisschoppelijk paleis ter beschikking om er een school op te starten. Dit bisschoppelijk paleis bevond zich toen in het huidige Astridpark, in de schaduw van de Ieperse kathedraal. De school had aanvankelijk een lagere afdeling met 33 leerlingen en een Grieks-Latijnse eerste klas met 11 leerlingen.
Rond 1847 werd het bisschoppelijk paleis verlaten en verhuisde het College naar de Meensestraat. Het kreeg toen van de Roesbrugge Dames een forse geldelijke steun om zich daar te vestigen.
Na de Eerste Wereldoorlog, die van Ieper een ruïne maakte, begon overal in de stad de heropbouw. Het College verrees in korte tijd op zijn huidige locatie aan het Guido Gezelleplein.
Dit schooljaar is het College 175 jaar jong. We willen de herinnering aan 175 jaar kwaliteitsonderwijs niet onopgemerkt laten voorbijgaan. Op vraag van de directie staken Frank Gunst, leraar wetenschappen en archivaris, en Joost Denuwelaere, leraar plastische opvoeding, de koppen bij elkaar. Zij brachten de geschiedenis van 175 jaar via vele oude foto's weer tot leven in een prachtige tentoonstelling. De bedoeling was niet om een chronologisch of historisch beeld op te hangen, maar om een uniek sfeerbeeld van de school in de voorbije decennia op te roepen. Sport, muziek, toneel, reizen, gebouwen vroeger en nu, het onderhoudspersoneel,de galerij van de directeurs, het lerarenkorps gisteren en vandaag... al deze onderwerpen kunt u iedere dag tijdens de kantooruren in de administratieve vleugel van de school komen bewonderen. U moet zich enkel in het secretariaat aanmelden.
In de loop van het tweede trimester vindt u over 175 jaar College uitgebreid informatie op onze website en een speciale paaseditie van Contact wordt volledig gewijd aan 175 jaar College.
In geheel deze geschiedenis kreeg het schooltoneel een bijzondere plaats. Het College heeft immers een heel lange toneeltraditie. In de maand mei organiseren we ter gelegenheid van deze 175 jaar de opvoering van de Griekse tragedie De bacchanten, een spektakel van toneel, dans, muziek, opgevoerd door leerlingen van het vijfde en zesde jaar. We spelen het stuk op de speelplaats van de school in een echt openluchttheater, net zoals in de tijd van de oude Grieken. Foto's van dit toneelstuk zullen in de annalen van het College zeker een belangrijke plaats innemen.
Kris Lazeure
Directeur
Geschiedenis van 175 jaar College
Honderdvijfenzeventig jaar geleden, na de paasvakantie van 1834, opende het College zijn poorten. Op dat ogenblik bestond al verschillende jaren een gemeentelijk college met een Latijnse humaniora. Het idee voor een nieuw college kwam van enkele vooraanstaande katholieke burgers. Het kerkelijke bewustzijn, eigen aan een traditionalistisch katholieke stad als Ieper, werd door de feestelijkheden rond 450 jaar O.L.Vrouw van Tuine nog aangewakkerd.
Het stadsbestuur zorgde voor een gebouw en de nodige financiële middelen. Het unionisme van katholieken en liberalen na de onafhankelijkheid van België verklaart wellicht de goede verhouding tussen het stadsbestuur en de initiatiefnemers. Het verbond tussen liberalen en katholieken zou nochtans vlug voor onenigheid zorgen.
Na Pasen 1834 startten surveillant E.H. F. Bril, leraar Louis Morel, E.H. J. Carlier en principaal Charles Denys het College. Tijdens het schooljaar 1834-1835 waren er twee Latijnse klassen en vier lagere. Het palmares van 1834-1835 vermeldt elf leerlingen in de Latijnse klassen en 33 in de lagere afdeling. Het aantal zou langzaam aangroeien.
In de verkiezingen van 1839 haalden de liberalen een totale overwinning. Dit had een nefaste weerslag op de relatie tussen het gemeentebestuur en het bisschoppelijk college. De strijd werd ook in de pers gevoerd. De gemeentelijke subsidie werd afgeschaft. Maar vooraanstaande leden van de katholieke, Ieperse burgerij sprongen het College financieel bij. De 'souscription' verving de vroegere subsidie.
Wat later besliste de gemeenteraad dat het College het bisschoppelijk paleis diende te verlaten. De klassen verhuisden voor 3 jaar naar de D'Hondtstraat 17. Het huis in de Rijselsestraat met nummer 195 werd gehuurd voor de leraars en de principaal. In 1842 kon men de hand leggen op een prachtig pand met monumentale gevel in Louis XVI-stijl. Het gebouw werd hersteld, verbouwd en vernieuwd.
Na de paasvakantie van 1844, 10 jaar na de start, vonden de lessen in de Meensestraat plaats. Onmiddellijk startte men met een internaat. Voor de twee ingeschreven internen zullen geen grote verbouwingen nodig geweest zijn.
Principaal Nounckele richtte de 'cours professionals' op voor die leerlingen die geen klassieke humaniora wilden volgen. De verwezenlijkingen van principaal Ostyn, bevriend met bisschop Malou, situeerden zich zowel op het materiële als op het pedagogische vlak. Het was onder het principalaat van Edmond Houtave dat in 1878 zoeavenkorpsen werden opgericht. Zijn opvolger, Hugo Verriest, werd met de leiding belast toen de schoolstrijd begon. Financiële problemen brachten het College in die periode aan de rand van de afgrond. Hugo Verriest zorgde ontegensprekelijk voor een vervlaamsing van het College. De voertaal in het College bleef evenwel Frans, evenals de onderwijstaal voor de meeste vakken. Het repressieve optreden tegen het Vlaams bleef nochtans bestaan. Principaal Claeys, de opvolger van Verriest, vond Vlaams spreken 'onbetamelijk'. Bisschop Faict verbood in 1890 het lezen van 'flamingantische 'bladen. Julien Claeys kon bekomen dat de Zusters van Sint-Vincentius a Paulo van Gits de materiële zorgen in het College op zich namen. De humaniorahervorming (6 jaren Latijn-Griekse humaniora, 3 jaren moderne humaniora en septième commune) werd door principaal Beheyt gerealiseerd. De grote verbouwingsplannen van De Saegher ,de opvolger van Beheyt, werden door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog verijdeld. De Saegher nam de leiding van een schoolkolonie Belgische kinderen in Le Havre. De opgerichte klassen waren een voortzetting van het Sint-Vincentiuscollege.
Cyriel Devisschere, de eerste naoorlogse principaal zorgde voor de wederopbouw van het totaal vernietigde College. Het College opende in 1920 zijn deuren. Het kreeg 4 barakken van het Albertfonds. In 1921 besliste men om het eigendom van het College in de Meensestraat op te geven en de grond van het Sint-Jozefsklooster op de hoek van het Guido Gezelleplein en de Bollingstraat aan te kopen. Eén voor één werden de collegegebouwen opgetrokken en onmiddellijk in gebruik genomen toen ze klaar waren. De wederopbouw gebeurde snel. In ruim twee jaar stond het gehele complex er. De verwarde naoorlogse sfeer was er wellicht de oorzaak van dat er op nog niet-aangekochte grond werd gebouwd en nog voor de bouwtoelating werd verleend.
Principaal Joseph Verrue rondde de wederopbouw af.
Een grote zorg van principaal Cyriel Verhaeghe was een goede geest te scheppen in het College. Heel wat leerlingen verlieten, wellicht gedwongen, andere colleges en kwamen naar Ieper omwille van de grote tolerantie. Cyriel Verhaeghe zorgde ook voor een nieuw gebouw voor de lagere afdeling in de Sint-Jacobsstraat (1939).
Drie weken na de benoeming van Hlodwig Rooryck tot principaal brak de Tweede Wereldoorlog uit. Het college bleef open. Ieper was zelfs één van de weinige colleges met een internaat dat functioneerde. In volle oorlogsperiode startte Hlodwig Rooryck met de hogere cyclus van de wetenschappelijke afdeling. Onmiddellijk na de oorlog werd de fanfare opgericht. De college- of KSA-fanfare kreeg de naam 'Scherminkel'. De naam was afkomstig van de studentenbond die in 1890 door Vlaamsgezinde internen werd gesticht. Rond 1950 werd gestart met een economische afdeling.
In 1954 verhuisde de Sint-Jozefsberoepsschool (nu VTI). De gebouwen vielen in de schoot van het college. De huidige studiezaal voor de hoogste jaren was ooit de werkplaats voor de afdeling metaal. Onder directeur Debruyne werd 'Contact' opgericht. In 1965 werd de 'Zweetdruppel' opgestart. Naast sportactiviteiten organiseerde de 'Zweetdruppel' nog andere vormen van ontspanning met de bedoeling de contacten tussen leraars, onderwijzers en priesters te bevorderen. Directeur Van Zeir richtte de oudervereniging op. Uit zijn periode dateren ook de leerlingen- en directieraad. In 1975 werd het internaat afgeschaft. Directeur Mergaert bouwde de slaapzalen om tot klas- en studielokalen.
Directeur Gaby Devolder startte de nieuwbouw. Naast klassen en een polyvalente zaal werd ook een fietsenbergplaats gebouwd. In 1987 volgde Luc Thorrez Gaby Devolder als directeur op. In datzelfde jaar verlieten ook zuster Anna en Zuster Norbertine het College. Hiermee werd een periode van zesentachtig jaar afgesloten. Het klooster van Gits stuurde in totaal negentien zusters naar het College.
Directeur Luc Thorrez was de eerste lekendirecteur. Het sanitair complex aan de Bollingstraat werd vernieuwd. Het pand in de Menenstraat werd verkocht en de school kreeg een nieuwe turnzaal. Het College werd gemengd en kende onder zijn directeurschap een ware bloei. Zijn opvolger Kris Lazeure slaagt er wonderwel in om de opwaartse trend voort te zetten. In een nooit gezien tempo worden alle lokalen opgefrist en gemoderniseerd.
Ze worden aangepast aan onze geïnformatiseerde en gedigitaliseerde samenleving. De lagere school in de Sint-Jacobsstraat verdween. Het gebouw wordt tot een wetenschappelijk complex verbouwd. Qui non ascendit, descendit. Stilstaan is achteruitgaan.
Frank Gunst
Een sfeerbeeld van 175 jaar College
Vergeelde foto's in grijze mappen, verticaal geklasseerd in oude, vaalgroene Mewaf-bureaukasten, netjes opgesteld in een verloren vertrek ... als dat geen archief is. Het collegegebeuren wordt ook op deze manier gearchiveerd, zorgvuldig bijgehouden, netjes gerangschikt van 1834 tot 2009. Een kamer vol documentatie bevat de geschiedenis van dit huis, wachtend op een of andere speurneus op zoek naar dat ontbrekende detail voor een op stapel staand traktaat. Dit gebeurt echter al te zelden en zo wordt deze goudmijn aan informatie en documentatie al te vaak gezien als een stoffige hoek binnen de muren van het bruisende College. Hoog tijd dus om de kasten open te gooien en het stof weg te blazen.
Van bij de aanvang van dit project was meteen duidelijk dat we niet volledig konden zijn. Een chronologische samenvatting van 175 jaar College zou een tentoonstellingsruimte van vijf zalen in beslag nemen . En dan nog zouden addertjes onder het gras ervoor zorgen dat we voetnoten over het hoofd zouden zien en collegecoryfeeën te kort zouden doen. Vandaar dat we heel spoedig opteerden voor een sfeerbeeld. Aan de hand van een aantal thema's zouden we in de historiek van 175 jaar collegeleven verdwalen.
"Collegium" biedt dan ook een inkijk in het dagelijkse leven van deze school. De vele zwartwitfoto's tonen de kleurrijke evolutie van het reilen en zeilen binnen de collegemuren. Een foto met netjes in een rij opgestelde leerlingen op de speelplaats zegt soms meer dan een ellenlange beschrijving. Een foto met 16 priester-leraars uit 1967 vertelt veel over de tijdsgeest in vergelijking met nu. Op deze manier vormt de toeschouwer zich een beeld van de evolutie van het Sint-Vincentiuscollege. Zo zien we fotomontages van het lerarenkorps of van de klasgroepen. We zien verschillende sportmanifestaties en de evolutie en intrede van nieuwe technologieën binnen de lessen. Interessant om te zien is het ontstaan en de evolutie van het muziekaanbod op school. We zien hoe er al jaren interesse voor toneel en cultuur bestaat. Wanneer we de gebouwen bekijken, merken we ook hier een voortdurende verandering: er werd afgebroken, bijgebouwd en gerenoveerd, aangekocht en verkocht. De oorlog deed zijn verwoestende werk, het College verrees uit zijn as. En zo blijft deze school evolueren, veranderen, niet stilstaan.
Aan de hand van een 25-tal fotomontages krijg je een sfeerbeeld van een levendige school binnen een veranderende maatschappij waar zij heel duidelijk deel van uitmaakt. Oud-leerlingen en oud-leraars kunnen nostalgische verhalen opdiepen bij het bekijken van die ene klasfoto uit 1974, leerlingen van nu kunnen eens gniffelen bij het zien van hun voorgangers met grijze stofjas. De argeloze toeschouwer merkt hoe de statige, nors kijkende principaal met zwarte soutane verandert in een openhartige directeur met sportieve jas!
Zo zie je maar ... Het stoffige archief omhelst 175 jaar verandering, vernieuwing, vitaliteit. Het was dus de hoogste tijd om ermee naar buiten te komen. Niet alleen als orgelpunt, maar ook als rustpunt, uitkijkend naar nieuwe uitdagingen.
Joost Denuwelaere
